In defense, your honor…

Here are a few quotes from a very interesting article that I was reading to prepare myself for the upcoming Global Plenary Debate at Open Educa Berlin on Thursday November 28th. The topic of the debate is: ‘This House Believes That an Obsession with Economics Is Harming Education and Undermining the Skills We Need for the Future’ .

The article was written by a very knowledgeable educational psychologist and sounds as if (s)he were a soul-mate (pardon my vintage hippy jargon here) of mine and my colleagues arguing against 21st century skills and discovery learning and for direct instruction. Unfortunately (s)he isn’t, but could be / have been. See if you can guess who that was and when (s)he said it.

WHAT shall the content of adult education be?
I shall not, within the space of a magazine article, try to give a complete answer to this question. What I shall try to do is to present the case for something which is now despised and rejected by many of those active in adult education and in education in general; namely, mere knowledge of facts, mere habits of conduct, mere skill and good taste in small particulars of art.
It is customary among the elite of educational reformers to disparage these particular, small, specialized items of achievement in favor of higher and more far-reaching powers, such as the ability to discover and organize and apply knowledge, versatility, readiness to change to fit a changing world, and creativeness. And probably a certain amount of such disparagement is healthy. But some of it seems to me to deserve attack as un­ ill advised, and misleading…

It is also customary to contrast mere knowledge, habit, skill, and the like, un­ favorably with intellectual power, character, and personality. What we should do, it is said, is to give men and women power to think, not a  package of ideas; to make their characters good and strong and benevolent, not to improve petty habits; to develop healthy, integrated personalities adjusted to the  real world of things and men, not to work piece­ meal at this,  that,  and the  other  detail of behavior and attitude…

We all desire, in order to meet the needs of a rapidly changing civilization, to make people adaptable, able to adjust themselves to changes, open-minded, and versatile. How shall we  do  this? The hoary fallacy answers, “By training the power of  adaptability.  Abandon your laborious inculcation of knowledge that will be outmoded in a decade or two. Cultivate versatility instead.”…

There is not space here to rehearse the facts and principles of psychology which demonstrate this.  I  may simply appeal to my readers’ good sense. Which group would be more likely to adjust themselves well to a totally new theory and treatment of cancer: a dozen men who now know all the different theories and treatments; or a dozen who have been taught only: “There is likely to  be  a great change in the theory and  treatment of cancer, and so we will learn nothing about it”? Which  group would be more likely to be versatile in any useful sense of the word whatever:  a score of men who had studied something­ sciences,  languages,  arts,  technology, or anything else-thoroughly, so as to know the truth that is known now; or a score of men who had tried to keep their minds open either by keeping them empty, or by indulging in exercises in pure  adaptability  devised  by adherents of the doctrine of adaptation for adapt­ ability’s sake?

The author was Edward Lee Thorndike and the article “In Defense of Facts” was published in the Journal of Adult Education in October 1935! If you’ve never heard of him, these are the first sentences in the Wikipedia lemma about him:

Edward Lee Thorndike (August 31, 1874 – August 9, 1949) was an American psychologist who spent nearly his entire career at Teachers College, Columbia University. His work on comparative psychology and the learning process led to the theory of connectionism and helped lay the scientific foundation for educational psychology.

You can download the whole article here.

Advertentie

“More Urban Myths about Learning and Education” will be released worldwide on October 16th, 2019

Our new book ‘More Urban Myths About Learning and Education: Challenging Eduquacks, Extraordinary Claims, and Alternative Facts’ will be available in less than a month!

From experience to meaning...

No, we weren’t done. Four years after our first book Urban Myths About Learning and Education, it’s high time to share all the factchecks that Paul, Casper and myself have been working on. In the book we discuss over 30 new myths, again using the 3 labels ‘complete nonsense’, ‘nuanced’ and ‘we don’t know’, the latter meaning that we couldn’t find any research that proofs or debunks the claim.

View original post 206 woorden meer

She has heard the clock ring but doesn’t know where the clapper hangs – Een brief aan minister Van Engelshoven

 

Excellentie,

Mag ik u eerst bedanken dat u aandacht besteedt aan de verengelsing van het onderwijs. Onder meer met het wetsvoorstel Taal en Toegankelijkheid, dat u onlangs naar de Tweede Kamer hebt gestuurd. Ik heb uit uw eigen woorden en de nieuwsberichten begrepen dat u hiervoor een aantal redenen hebt en op twee punten ben ik het roerend met u eens. Maar tegen één element uit uw wetsvoorstel heb ik bezwaar.

Eerst de punten waar we het eens zijn. U wilt dat de uitdrukkingsvaardigheid van studenten in het Nederlands bevorderd wordt. Ik citeer Folia van 6 september j.l.:

Daarnaast wil Van Engelshoven meer aandacht voor het Nederlands. Nu staat in de wet dat universiteiten de ‘uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands’ moeten bevorderen bij Nederlandstalige studenten, maar dat wordt uitgebreid tot alle studenten. Dat betekent dat universiteiten buitenlandse studenten ook beter Nederlands moeten bijbrengen. ‘Daarmee wordt de binding van studenten met de (regionale) samenleving en arbeidsmarkt vergroot en de ontwikkeling van Nederlands als academische taal verstevigd.’

Ik ben het hier met u eens voor twee redenen. Ten eerste, de meeste afgestudeerde Nederlandse studenten zullen zeer waarschijnlijk een baan in Nederland zoeken en krijgen en zullen dan hoofdzakelijk met hun collega’s en vakgenoten communiceren – zowel mondeling als schriftelijk – in het Nederlands, ook al is de lingua franca van het studiegebied Engels. Ten tweede, als men wilt dat buitenlandse studenten meer binding met Nederland krijgen (en misschien zelfs kiezen om hier te blijven na hun afstuderen) is het ontzettend belangrijk on Nederlands te leren. Als expat met Engels als moedertaal en inmiddels al 25 jaar Nederlander, heb ik mijn best gedaan om Nederlands te leren omdat ik niet alleen hier wilde wonen, maar wilde in Nederland leven.

Ook geeft u gehoor aan de kritiek van politici en studentenvakbonden die vrezen dat universiteiten en hogescholen in Nederland minder toegankelijk zullen worden voor Nederlandse studenten door de groei van het aantal buitenlandse studenten die komen studeren in Nederland. Ook op dit punt ben ik het met u eens. Hoewel ik geen voorstaander ben van ‘Eigen volk eerst’ vind ik wel dat er geen onnodige belemmeringen moeten zijn voor Nederlandse studenten om in Nederland te studeren.

Maar het blijkt dat uw wetsvoorstel toestaat dat instellingen in het hoger onderwijs een substantieel deel van hun opleiding in het Engels aanbieden, indien zij kunnen aantonen dat dit van meerwaarde is voor de student. Ik vrees dat een dergelijke bepaling het grootste probleem met Engelstalig hoger onderwijs vertroebelt. Het doel van het hoger onderwijs – eigenlijk van al het onderwijs – is zorgen dat studenten goed leren. Dat betekent dat zij de nodige diep conceptuele kennis en vaardigheden verwerven en die kunnen toepassen in het verdere onderwijs en daarbuiten. En hier ligt het probleem.

Want gedegen onderzoek laat zien dat het leren van een vak in een taal die niet de eigen taal is het leren bemoeilijkt. Het leren gaat langzamer en er wordt minder inhoudelijk geleerd.

Onderzoek laat ook zien dat die negatieve effecten verergerd worden als degene die het onderwijs verzorgt een taal spreekt die niet zijn of haar moedertaal is. Gezien het feit dat de overgrote meerderheid van de docenten aan onze universiteiten en hogescholen nog steeds Nederlands als moedertaal heeft – en dat dit ook geldt voor de meerderheid van de studenten, resulteert het geven van onderwijs in het Engels in moeilijker en minder goed leren. Dit kan niet de bedoeling zijn!

Ik weet dat men zal zeggen dat de docenten het Engels redelijk beheersen, maar als academicus wiens moedertaal ooit Engels was kan ik u verzekeren dat dit niet het geval is. Na meer dan veertig jaar werkervaring aan verschillende universiteiten weet ik dat veel van mijn collega’s matig of zelfs slecht Engels spreken en vaak ook schrijven. Dit is bijna een garantie voor slecht onderwijs.

Excellentie: Natuurlijk is de lingua franca in veel, zo niet de meeste, wetenschapsgebieden Engels. Natuurlijk moeten studenten die in die vakgebieden (af)studeren in staat zijn om tekstboeken en wetenschappelijke artikelen in het Engels te lezen en dus is het vanzelfsprekend dat de boeken en syllabi die zij krijgen vaak Engelstalig zullen zijn. Natuurlijk moeten diezelfde studenten in staat zijn om zich zowel schriftelijk als mondeling uit te drukken: ze moeten Engelse artikelen en rapporten kunnen schrijven en voordrachten kunnen houden en betogen. En dus zullen zij vaak Engelstalige stukken moeten schrijven onderling in het Engels moeten discussiëren. Maar dit betekent echt niet dat het onderwijs – het overdragen van kennis en vaardigheden via colleges, werkgroepen, enzovoorts – ook in het Engels moet.

Zorg a.u.b. dat uw wet geen wassen neus wordt door sluiproutes te creëren waar universiteiten of studies redeneringen zoals “In dit domein is de lingua franca Engels dus moet het onderwijs in het Engels” opvoeren. Buiten de talen geldt voor bijna alle wetenschapsgebieden Engels de voertaal is! Maak geen mazen in uw wet waardoor uw wet aan zijn doel voorbijgaat!