Attention in the classroom. My ‘best bets’ from the research

Reblog 2
Some research that Mike Hobbis found on how attention in the class can be distracted and what you can do about it as a teacher. It’s about what teachers can infer from attention research, or at least where the jumping-off points might be for teachers to begin exploring ideas in their own practice.

The Hobbolog

I’ve written before about why I think attention in classrooms is an area that both teachers and researchers should be more interested in. That blog is a few years old now, but I think is still a pretty accurate summary of what we know, given that it remains a fairly neglected research area (major influence on academic trends that I clearly have). I realised this week, however, that I haven’t ever written a slightly more optimistic counterpoint to that piece, detailing what I think teachers can infer from attention research, or at least where the jumping off points might be for teachers to begin exploring ideas in their own practice. Thanks goes to Mark Enser for providing the nudge needed to fill this gap. I’d love to hear other teachers’ strategies for maximising attention (I really recommend this blog from Ian Taylor, on a schoolwide system of ‘Track the…

View original post 3.475 woorden meer

Advertentie

Pay attention! Why I think it is important to study attention in school children

Reblog 1 –
Mike Hobiss wrote this blog in 2017 because, in his opinion (and I agree), paying attention in school is important because:
1. Attention is the gateway to cognition
2. Attention directly impacts school attainment for ALL students
3. Attention may mediate other key variables which contribute to school success
4. Attention skills impact on happiness

The Hobbolog

cell_phoneAlthough I have written before about how attention develops throughout adolescence, it took reading this tweet this week to make me realise that I had never actually recorded why I think the study of attention in school-age children is important (and seemingly nor have many other people, given the tweet). Education is a hugely complex pursuit, with many variables contributing to any one outcome, so clearly any educational research programme needs to focus on a number of these strands concurrently. Despite this, I think that attention skills (specifically, the ability to control the focus of attention and resist distraction) are deserving of being a major strand of any such programme, for four main reasons:

  1. Attention is the gateway to cognition
  2. Attention directly impacts school attainment across the whole spectrum – not just at the lowest end
  3. Attention may mediate other key variables which contribute to school success
  4. Attention skills likely…

View original post 2.645 woorden meer

Why do my students find it so hard to apply their knowledge?

Rob concludes: Maybe we should just admit that far transfer isn’t likely to happen, and focus on helping students get the specific, contextual training they need to get the skills they want and need.

CogSciSci

Application of knowledge to another context is one of the holy grails of teaching – it means that your students can take what they have learnt in your classroom beyond the confines of those walls. In cognitive science literature, this is referred to as transfer, and is by now a well-researched concept. In this blog, Rob McEntarffer examins a fascinating paper by cogsci gurus Kirschner, De Bruyckere and Hulshoff on the topic.

At CogSciSci, we love publicising blogs and using them to spark debate. If you have your own blog or have read a blog that you would like us to publicise, please email it to us at cogscisci@gmail.com. We try to frame these blogs as questions, so if you are on social media, please join the conversation with us here by simply giving what you think is a good answer to the question.

View original post

De verborgen kost van lesonderbrekingen en wat er aan te doen?

Pedro wrote this for his Dutch readership, but it’s worth spreading to English speakers. He wrote:
For Corona, one of my most read and shared posts was about what we call time on task. Earlier I also wrote about the danger of interruptions for learning. New research by Kraft & Monti-Nussbaum (2020) shows this and shows that there are far more interruptions in the classroom than you would think. Now that time at school has been so preciously identified, this study deserves extra attention.

Children who arrive late -> interruption. Someone from the secretariat who comes by -> interruption, … But more importantly, the interruption of learning lasts much longer than the time of the actual announcement, for example. The effort that the teacher and students have to invest to return to working is also:

X, Y of Einstein?

Voor Corona ging een van mijn meest gelezen en gedeelde posts over wat we time on task of leertijd noemen. Al eerder schreef ik ook over het gevaar van onderbrekingen voor leren. Nieuw onderzoek van Kraft & Monti-Nussbaum (2020) bevestigt dit en toont dat er veel meer onderbrekingen zijn in de klas dan je zou vermoeden. Nu de tijd op school zo kostbaar is gebleken, een onderzoek dat extra aandacht verdient.

Kinderen die te laat komen -> onderbreking. Iemand van het secretariaat die langskomt -> onderbreking,… Maar belangrijker: de onderbreking van het leren duurt veel langer dan de tijd dat er bijvoorbeeld iets door een intercom gezegd wordt. De moeite die de leraar en leerlingen hebben om terug te draad op te nemen is er ook nog:

Maar je kan er ook iets aan doen, vat Kraft samen voor ASCD:

One encouraging finding from our study was that…

View original post 520 woorden meer

Covid-19 en Onderwijs: Een Natuurlijk Experiment

Wat is een natuurlijk experiment? Wikipedia definieert een natuurlijk experiment als een empirisch onderzoek waarbij individuen (of clusters van individuen) worden blootgesteld aan de experimentele en controlecondities. Die condities worden bepaald door de natuur of door andere factoren waarover de onderzoekers geen controle hebben. Het proces dat de blootstellingen regelt, heeft aantoonbaar overeenkomsten met willekeurige toewijzing. Neem bijvoorbeeld een epidemie waar je kan observeren welke mensen met welke bloedgroep ziek worden tijdens die epidemie. Hiervoor is geen experiment in een laboratorium nodig.

Natuurlijke experimenten zijn dus observationele studies en worden niet gecontroleerd in de traditionele zin van een gerandomiseerd experiment. Natuurlijke experimenten zijn het nuttigst wanneer er een duidelijk gedefinieerde blootstelling is geweest met een goed gedefinieerde subpopulatie (en vaak de afwezigheid van blootstelling in een vergelijkbare subpopulatie), zodat veranderingen in uitkomsten plausibel kunnen worden toegeschreven aan de blootstelling. In die zin is het verschil tussen een natuurlijk experiment en een niet-experimenteel observationeel onderzoek dat het eerste een vergelijking bevat van omstandigheden die de weg vrijmaken voor causale gevolgtrekking, terwijl dit bij de tweede niet zo is.

Een typisch voorbeeld van een natuurlijk experiment zou kunnen zijn het effect van daglicht op de mens. In de staat Texas, of nog beter de Canadese provincie Northwest Territories, liggen de oostkant van de staat en de westkant meer dan één tijdzone van elkaar vandaan, echter die staat / provincie kent slechts één tijdzone. Dit betekent dat als school of werk of wat dan ook om 8:30 in de ochtend begint aan de oostkant dat, volgens de zon, het nog maar 7:30 ’s ochtends aan de westkant is (idem natuurlijk voor hoe laat de school- of werkdag eindigt). Immers, hoewel de zon een uur later opkomt of een uur later ondergaat aan de westkant, de kloktijd is op beide plaatsen hetzelfde. Omdat oost en west in dezelfde staat is, met dezelfde wet- en regelgeving, hetzelfde schoolsysteem, dezelfde Tv-programma’s, enzovoorts kan je naar schoolcijfers, arbeidsproductiviteit, verkeersongelukken, gevoelens van geluk of wat dan ook kijken / meten en proberen conclusies te trekken over het effect van daglicht of het gemis daarvan op die dingen. Immers, in de winter zouden aan de oostkant kinderen de schooldag beginnen, automobilisten naar hun bestemmingen rijden en ga zo maar door, in het licht en eindigen in het donker. Terwijl het aan de westkant net andersom is; daar beginnen ze in het donker en aan het einde is het nog licht. Je zou dat ook in centraal Europa kunnen proberen, maar dan heb je met landen, wetgeving, culturen en allerlei andere contaminerende factoren te maken die je niet in Texas of de Northwest Territories hebt.

In Montana hebben onderzoekers namelijk een daadwerkelijk natuurlijk experiment gedaan. In Helena, Montana gold een rookverbod in alle openbare ruimtes, inclusief bars en restaurants, gedurende de zes maanden van juni 2002 tot december 2002. Helena is geografisch geïsoleerd en wordt bediend door slechts één ziekenhuis. De onderzoekers merkten op dat het aantal hartaanvallen met 40% was gedaald terwijl het rookverbod van kracht was. Tegenstanders van de wet hadden de overhand om de handhaving van de wet na zes maanden op te schorten, waarna het aantal hartaanvallen weer toenam. Deze studie is een voorbeeld van een case-crossover natuurlijk experiment, waarbij de blootstelling enige tijd wordt verwijderd en vervolgens teruggegeven.

Een Onderwijsvoorbeeld

Waarom heb ik het hierover? Omdat wij net een natuurlijk experiment hebben meegemaakt. Van de ene dag op de andere gingen scholen en winkels dicht, moesten mensen thuiswerken in plaats van naar hun werk te gaan enzovoorts. Voor de Covid-19 epidemie las je overal studies over o.a. hoe saai en vervelend de scholen waren (eigenlijk hoe saai en vervelend kinderen zeiden dat ze de school vonden of de meningen van ouders daarover), hoe slecht het verfoeilijke fabrieksonderwijs was voor het leren (het remde het leren van kinderen; beter was ze veel vrijer te laten) en hoe de autonomie en het zelfregulerende vermogen van leerlingen genegeerd werd (zij kunnen best zelf bepalen wat, hoe en wanneer zij leerden).

Nou, de afgelopen maanden hebben de kinderen thuis gezeten. Zij hebben zo goed en zo kwaad als het ging onderwijs op afstand gekregen, ze kregen veel meer ruimte om hun dagen in te delen, te bepalen hoe zij leerden en ga zo maar door. En wat lees je nu? Kinderen snakken om naar school te gaan, leren thuis was saai en op school was het veel leuker, zij missen hun (ouderwetse) leerkrachten en de goede (zogenoemde geestdodende) lessen die zij op school krijgen, zij kunnen hun leren niet reguleren maar zitten te gamen en te appen tijdens de online lessen, zij menen achter geraakt te zijn deels door hun eigen onvermogen om geconcentreerd te leren, enzovoorts. Blijkens dit natuurlijke experiment was de school echt niet zo saai, was het fijn om naar school te gaan, en konden zij hun eigen leren niet goed reguleren.

Want goed blijven opletten tijdens de online les bleek een uitdaging. Dat merkte bijvoorbeeld Madeleine uit 4 havo. “Ik startte de online les op mijn telefoon en ging ondertussen wat anders doen op mijn laptop, zoals gamen.” Madeleine was niet de enige. 86 procent van de scholieren gaf bij de rondgang van NOS Stories aan weleens langer dan tien minuten iets anders te doen, 49 procent zei dit heel vaak te doen.
“Als niemand controleert of je echt bezig bent, is het veel makkelijker om iets anders te gaan doen”, aldus Madeleine. De consequenties had ze toen nog niet direct door. “Die zie ik pas nu ik een 4 heb gehaald voor wiskunde.
Dat de lessen na de zomervakantie weer gewoon op school gaan plaatsvinden is voor Madeleine goed nieuws. “Dan krijg ik weer de ondersteuning die ik nodig heb en hoef ik niet meer alles zelfstandig te doen.”
https://nos.nl/artikel/2338165-de-consequenties-van-online-lessen-nu-heb-ik-een-4-voor-wiskunde.html

Wat dit natuurlijke experiment goed laat zien, is dat men moet ophouden met dat romantische en progressieve gezwets en zich in plaats daarvan moet concentreren op het helpen zorgen dat het onderwijs niet ‘radicaal veranderd’ wordt maar daar waar het minder is verbeterd wordt.

Extra

Hier, voor de liefhebber, een ander Covid-19 voorbeeld:

COVID-19 Lockdown Allows Researchers to Quantify the Effects of Human Activity on Wildlife
https://www.nature.com/articles/s41559-020-1237-z
https://www.bbc.com/news/science-environment-53113896

en een leuke beschrijving van 19 natuurlijke experimenten
http://economicspsychologypolicy.blogspot.com/2015/06/list-of-19-natural-experiments.html

The relation between student motivation and reading performance

Among other things, the review examined the relationship between motivation and reading over time, including eight longitudinal studies. The results indicated positive, significant associations in both directions, but the relation between early reading ability was a stronger predictor of later motivation than early motivation to read predicted reading achievement. In other words, success is more important for motivation than motivation is for success.

Best Evidence in Brief Index

By Marta Pellegrini, University of Florence, Italy

The latest issue of Review of Educational Research presents a meta-analysis on the relationship between reading achievement and motivation. The review examined whether ability to decode and understand text, goal orientation, students’ at-risk status, or grade level moderated the relationship, as well as whether motivation and reading are related over time.

Jessica Toste and colleagues at the University of Texas at Austin and the University of Iowa included 132 peer-reviewed articles with 1,154 effect sizes. Most of the studies took place in the United States (41%). Other studies are from Canada or Europe. Results suggest that the relation between motivation and reading achievement is moderate (ES = +0.22). For specific reading domains, average correlations with motivation were moderate as well: ES = +0.19 for the ability to read in an accurate and fluent way, ES = +0.21 for the ability to understand and…

View original post 99 woorden meer

De Kracht van Meta

Een verkorte versie hiervan is verschenen in het juninummer van Didactief.

De laatste weken heb ik een aantal meta-analyses en reviewstudies gelezen over zaken die gewoon, maar vooral nu in deze moeilijke tijden, bijzonder relevant zijn. Hier twee m.i. zeer relevante studies.

Van Toetsen kan je Leren

De eerste gaat over toetsen om te leren, een literatuurstudie door Sally Binks. Hoe beïnvloedt toetsen het leren? Je kunt toetsing gebruiken voor drie doelen: je kunt peilen wat een leerling geleerd heeft en daar een cijfer aan verbinden. Zoiets kennen wij als summatieve toetsing. Je kan toetsing ook gebruiken om te volgen hoe het leerproces van een leerling vordert en hoe jouw onderwijs daarbij aansluit. Deze heet formatieve toetsing. Tot slot, kan je toetsing ook gebruiken om het leren van de leerling bevorderen. Zoiets heet – zoals Dominique Sluijsmens het noemt – toetsing als kans om te leren; oftewel toetsing als leerstrategie (retrieval practice / oefentoetsing). Bij dit laatste veroorzaak je ‘wenselijke moeilijkheden’ (desirable difficulties, Bjork en Bjork, 2011). Je lijkt het leren moeilijker te maken, maar je laat leerlingen op de lange termijn de kennis juist beter onthouden. Met oefentoetsing vraagt je hen om wat ze hebben geleerd (gelezen, gehoord, gezien) actief uit hun geheugen terug te halen.

Binks concludeert dat oefentoetsing het leren positief beïnvloedt, zowel direct als indirect. Het zorgt dat leerlingen het geleerde beter en langer onthouden dan wanneer ze bijvoorbeeld herhaaldelijk de leerstof bestuderen (ook als ze bij dat laatste meer tijd aan de stof besteden!). Ook leidt oefentoetsing tot betere opslag van nieuwe informatie (encoding) en leerlingen zetten zich meer in: bij regelmatige oefentoetsing gaan ze meer studeren. De feedback die je geeft, helpt leerlingen bovendien betere keuzes te maken in de stof waar ze nog wat meer aandacht aan moeten besteden (metacognitie). Ten slotte lijken leerlingen door oefentoetsing het geleerde beter te kunnen toepassen in andere gebieden (transfer). [Terzijde, oefentoetsing kan ook toetsangst helpen verminderen zoals ik hier eerder besprak.]

De onderzoeker geeft ook een aantal praktische wenken: gebruik wat zij noemt ‘productietoetsen’ en geen herkenningstoetsen. Met andere woorden zorg dat leerling actief een antwoord moeten bedenken of produceren en niet dat zij enkel uit een reeks alternatieven ‘de juiste’ moeten herkennen. Begin niet te moeilijk maar gebruik eerst herinneringsvragen en werk toe naar toepassingsvragen. Toets niet te vaak (tja, wat is te vaak eigenlijk); zorg dat er voldoende tijd tussen de toetsen zijn (denk hier aan gespreid oefenen). Geef volledige feedback, inclusief uitleg waarom een antwoord juist of onjuist is; met andere woorden geef de leerling bruikbare/leerbare informatie. Ik heb eerder hier en hier uitgebreid over de verschillende soorten feedback die men kan gebruiken en hoe zij werken. En niet te vergeten: laat leerlingen de voordelen van proeftoetsen zelf ervaren; vertellen is NIET voldoende.

Feedback Geven Tijdens het Lezen Werkt Averechts

De tweede studie gaat over feedback geven (en is daarmee verwant aan de eerste). Er is vaak geschreven over hoe belangrijk dit is, maar er zijn verschillende typen en je kunt het op verschillende momenten doen. Wat helpt wel en niet? Elise Swart en haar collega’s van de Universiteit Leiden bestudeerden de effecten van de inhoud en de timing op begrijpend lezen. Ze analyseerden 104 (deel)studies met 6.124 deelnemers en ontdekten: leerlingen begrijpen en onthouden een tekst beter door feedback, zeker als je deze direct na (en niet tijdens) het lezen geeft. Daarnaast werkt het beter als je niet alleen meldt dat het antwoord (on)juist is, maar ook uitlegt waarom en eventueel extra? instructie biedt. Ook hiervoor geldt: doe dit niet terwijl de leerling nog aan het lezen is, maar direct erna.

Juist dit mag raar klinken: we ‘weten’ dat we zo mogelijk al tijdens een taak feedback moeten geven, om fouten in het begrip meteen te herstellen. Maar uit het onderzoek van Swart en collega’s blijkt dat je bij begrijpend lezen beter wat geduld kunt hebben. Dit is te verklaren vanuit de cognitive load theory. Feedback tijdens het lezen dwingt de lezers hun aandacht te verdelen tussen het opbouwen van een coherent mentaal model van de tekst, de verwerking van de taak én de feedback. Met andere woorden, het vereist dat de lezer multitaskt (wat de lezer niet kan!). Als je pas (direct) ná het lezen feedback geeft, geef je leerlingen de kans om hun beperkte werkgeheugencapaciteit volledig in te zetten om een mentaal model van de tekst te creëren.

En passant laat de tweede studie ook nog even zien waar de meta-analyse voor staat: Making Education Terrific Again.

Binks, S. (2018). Testing enhances learning: A review of the literature. Journal of Professional Nursing, 24, 205-210. https://doi.org/10.1016/j.profnurs.2017.08.008

Bjork, E. L., & Bjork, R. A (2011). Making things hard on yourself, but in a good way: Creating desirable difficulties to enhance learning. In M. A. Gernsbacher, R. W. Pew, & J. R. Pomerantz (Eds), Psychology and the Real World: Essays Illustrating Fundamental Contributions to Society (pp.59–68). New York, NY: Worth Publishers.

Swart, E. K., Nielen, T. M. J., & Sikkema-de Jong, M. T. (2019). Supporting learning from text: A meta-analysis on the timing and content of effective feedback. Educational Research Review, 28. https://doi.org/10.1016/j.edurev.2019.100296

Achievement For All is bad for kids

Hier kunnen wij in NL een lesje van leren. Andrew Old schreef deze blog over een ‘onderwijsvernieuwing’ die heel veel beloofde maar, zoals in NL vaak het geval is, alleen op mooie kreten, moderne prietpraat en mooi klinkende ideologieën is gebouwd. Hij noemt dit het nieuwste geval van de keizer zonder kleren.

Scenes From The Battleground

I’m not a huge fan of the Education Endowment Fund, partly because they’ve allowed some pretty shoddy research in the past, and partly because they have a history of being partisan on certain issues. However, they do fund RCTs that test certain education initiatives and, at the very least, that should enable them to spot some popular initiatives that have no effect or even a negative effect.

The latest emperor with no clothes is Achievement For All, which according to the EEF website

 …is a whole-school improvement programme that aims to improve the academic and social outcomes of primary school pupils. Trained Achievement for All coaches deliver a bespoke two-year programme to schools through monthly coaching sessions which focus on leadership, learning, parental engagement and wider outcomes, in addition to focusing on improving outcomes for a target group of children (which largely consists of the lowest 20% of…

View original post 809 woorden meer

Revisiting Predictions On Technology in Classrooms

Larry Cuban discusses making tech predictions. Mirjam Neelen and I discussed this earlier in our blog “Predicting tech trends in education is hard, especially in the future” |see https://3starlearningexperiences.wordpress.com/2017/05/02/predicting-tech-trends-in-education-is-hard-especially-about-the-future/). It looks like Larry is also a Yogi Berra fan.

Larry Cuban on School Reform and Classroom Practice

My record on predictions is abysmal. If I get half of the forecasts I make correct, I puff out my chest. Yet humans are wired to speculate about the future, particularly when times are uncertain. Considering the coronavirus pandemic of 2020, nearly everything has become uncertain about the next year and for sure, the next five years. So like most Americans I take a deep breath and try to look around the corner before I exhale.

But I am not going to make any predictions about the effects of Covid-19 (tune in later because I am, well, hard-wired to predict). for this post, I look back on predictions I made a decade ago amid the surge of technology spilling over U.S. classrooms. Here is what I wrote in 2010 looking ahead to 2020.

I just read a list of high-tech tools that have become obsolete in the past decade (e.g…

View original post 1.000 woorden meer